Alina

Creţ Constantin woont met 8 personen in een klein huis aan de rand van het dorp Copặcemi. Het gezin ontvangt een kleine uitkering. Creţ heeft geen inkomen en scharrelt zijn kostje bij elkaar door samen met Alina oud ijzer op te halen. Alina is 20 jaar oud en wordt gehouden in een stalletje. Ze wordt gevoerd met maisschachten en soms krijgt ze hooi. De kinderen van Creţ gaan niet naar school en daarom ontvangt hij geen geld van de staat. Hij kent geen goede hoefsmid in de buurt en daarom beslaat hij Alina zelf als wij er niet zijn. De dierenarts in de regio kent hij niet. Als Alina ziek is, probeert zijn vrouw de merrie beter te maken met kruiden.